BART MEIJER VAN PUTTEN
MEDISCH NIEUWS

5 juli 2007, NRC Handelsblad, 300 woorden:
Screenen bij ivf verbetert niets

Screening van reageerbuis-embryo’s op chromosoomafwijkingen levert – tegen de verwachting in – niet meer gezonde baby’s op. Dat schrijven Nederlandse onderzoekers vandaag in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

De onderzoekers uit Amsterdam, Groningen en Leeuwarden onderzochten de effectiviteit van zogeheten preïmplantatiegenetische screening (PGS). Bij PGS verwijderen de embryologen één cel van een in het laboratorium, bij een reageerbuisbevruchting (ivf) ontstaan embryo zodra dat ongeveer acht cellen groot is. Ze controleren bijvoorbeeld of het aantal chromosomen in die weggenomen cel klopt. Zo niet, dan vernietigen ze dat embryo. Drie in plaats van twee exemplaren van het chromosoom 21 is de bekendste zogenoemde trisomie; het leidt tot een kind met het Downsyndroom. Andere zogeheten trisomieën leiden meestal tot een miskraam. Bij gewone ivf selecteert de embryoloog een embryo vooral op vorm.

Mét PGS ontdekken de embryologen in meer dan zestig procent van de embryo’s een chromosoomafwijking. Dat leek zo overtuigend dat PGS in de VS al zonder gecontroleerd onderzoek is ingevoerd.

In Nederland was PGS nog een experimentele techniek. In het nu afgeronde Nederlandse onderzoek kregen de niet gescreende vrouwen wel meer kinderen, maar niet méér kinderen met aangeboren afwijkingen. De afwijkende embryo’s gaan waarschijnlijk vroeg in de zwangerschap bij een miskraam verloren.

Bron:

Dit artikel mag worden gedownload, gelezen en gekopieerd maar alléén voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Copyright Bart Meijer van Putten. Voor meer informatie: info@bartmeijervanputten.nl.