14 juni 2007, 420 woorden:
Voorzichtig met erytropoëtine bij kanker
Kankerpatiënten die door chemotherapie bloedarmoede krijgen, moeten daartegen niet teveel erytropoëtine krijgen toegediend. Anders kunnen ze de kanker versneld terugkrijgen. Dat is een waarschuwing van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) in The New England Journal of Medicine van gisteren.
In de afgelopen paar jaar zijn er meerdere onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat erytropoëtine de overlevingskansen bij kankerpatiënten vermindert. Iedereen had tot dan toe gedacht dat met het bestrijden van de bloedarmoede ook de genezingskansen van de patiënten juist groter zouden worden.
Er is een speciale FDA-adviescommissie ingesteld voor de risico's van erytropoëtine bij kankerpatiënten. Nu komt deze commissie met een gewogen advies. Een deel van de FDA-adviseurs zou kankerpatiënten liefst helemaal geen erytropoëtine meer geven. Anderen vinden dat te ver gaan, al manen ook zij tot voorzichtigheid: dokters moeten net zoveel erytropoëtine geven als nodig is om bloedtransfusies te voorkomen, niet meer.
Erytropoëtine is bij sportliefhebbers waarschijnlijk beter bekend als EPO, de bloeddoping die wielrenners gebruiken om de aanmaak van rode bloedcellen te stimuleren. Het hormoon wordt onder normale omstandigheden gefabriceerd door de nier. Daarom lijden patiënten met chronische nierziekte vaak aan bloedarmoede. In 1988 is erytropoëtine voor nierpatiënten goedgekeurd en in 1993 ook voor kankerpatiënten, maar alleen bij bloedarmoede door chemotherapie. Het mag niet gebruikt worden om de vermoeidheid of uitputting van kankerpatiënten te verhelpen of om de kwaliteit van hun bestaan te verbeteren.
Internist-oncoloog prof.dr. Hans Nortier van het Universitair Medisch Centrum Leiden vertelt hoe belangrijk erytropoëtine is voor kankerpatiënten bij wie rode bloedcellen verdwijnen door chemotherapie. 'Je ziet ze opknappen', verzucht hij, 'Het alternatief voor een wekelijks prikje erytropoëtine is een zich steeds herhalende cyclus van een dalend aantal rode bloedcellen, dan een transfusie en dan weer bloedarmoede.'
Bij een recent onderzoek van het VUmc in Amsterdam waaraan ruim 300 patiënten met kanker deelnamen, bleken er met erytropoëtine eenderde minder bloedtransfusies nodig. De patiënten voelden zich ook beter. Bij die studie was er geen enkele aanwijzing voor een versneld opflakkeren van de kanker door erytropoëtine.
Volgens Nortier komen de kleinere overlevingskansen bij een deel van de onderzoeken doordat sommige artsen erytropoëtine veel te hoog doseren. Hijzelf kijkt heel nauwlettend of de hemoglobineconcentratie, de rode zuurstofbindende kleurstof in de rode bloedcellen, niet te hoog wordt. Hij geeft pas erytropoëtine als het hemoglobine gedaald is onder 6, maximaal 6,5 mmol per liter, afhankelijk van de vermoeidheidsklachten van de patiënt (normaal minimaal 7,5 mmol/lt bij de vrouw en 8 mmol/lt bij de man). Erytropoëtine wordt in de Verenigde Staten overigens meer voorgeschreven dan in Nederland en de rest van Europa.
Bronnen:
|