20 oktober 2006, Medisch Contact MediSein, 300 woorden:
Verschillen mens en aap mogelijk oorzaak Engels drama
De aminozuurvolgorde van het CD28-antigeen bij aap en mens is duidelijk verschillend. Dat zou weleens de verklaring kunnen zijn voor het dit voorjaar zo dramatisch verlopen Britse experiment met de CD28-agonist TGN1412. Dat opperden twee medewerkers van de Nederlandse Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) vorige week in
The Lancet. TGN1412 was eerst bij apen getest en onschuldig gebleken, maar gaf vervolgens toch een levensgevaarlijke ontstekingsreactie bij zes Britse proefpersonen.
De twee Nederlanders hebben in Nature Immunology de aminozuurvolgorde gevonden van CD28 van mens en rhesusaap (Macaca mulatta). Bij dit dier is onder andere TGN1412 getest en daarbij leidden ook hoge doseringen niet tot ernstige bijwerkingen. Er blijken echter in CD28 bij mens en aap allerlei verschillen te zitten, ook in belangrijke delen van het eiwit.
TGN1412 is ontwikkeld om de afweer te stimuleren door het activeren van regulerende T-cellen. Die bezitten op hun celwand het eiwit CD28. Maar volgens de twee Nederlanders is CD28 helemaal niet specifiek voor regulerende T-cellen. Ook de meeste CD4+T-cellen en de helft van de CD8+T-cellen bezitten namelijk het CD28-antigeen. Het komt zelfs voor op granulocyten. Dat betekent dus dat TGN1412 een hele wolk afweercellen kan activeren. En dat is vermoedelijk gebeurd; anderhalf uur na aanvang van de fase-1-trial vertoonden alle zes proefpersonen een systemische ontstekingsreactie (MC 37/2006: 1453).
In opdracht van het Britse ministerie van Volksgezondheid inventariseert een groep experts de verwikkelingen rond TGN1412. In een inmiddels gepubliceerd tussenrapport schrijven die deskundigen dat ‘de aminozuurvolgorde van het extracellulaire domein bij mens en de cynomolgus-aap (Macaca fascicularis)
100 procent homoloog is’. De Nederlanders hebben daar zo hun twijfels over.
Zij vinden dat alle gegevens over de ontspoorde trial openbaar moeten worden
gemaakt. Dan pas kunnen er lessen worden getrokken die een betere
risico-inschatting mogelijk maken. Dat is nodig om toekomstige gezonde
vrijwilligers beter te kunnen beschermen bij klinisch onderzoek naar nieuwe,
‘veelbelovende’ geneesmiddelen. Bron: The Lancet 2006; 368: 1387-91.
|