5 februari 2000, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde:
Schandaal rond kinderorganen, commentaar dr.van Velzen
Eind december 1999 stond in deze rubriek een schokkende krantenkop afgedrukt
waarin dr.D. van Velzen werd beschuldigd van het 'slachten van baby's'. Nadat er
in Groot-Brittannië opschudding was
ontstaan over langdurig bewaarde babyharten had het Liverpoolse Alder Hey
Children's Hospital deze Nederlandse patholoog de schuld gegeven van de daar
opgeslagen grote verzameling. Inmiddels heeft een door het ziekenhuis ingestelde
interne onderzoekscommissie Van Velzen niet schuldig bevonden.
De opschudding rond dr.van Velzen ontstond in oktober vorig jaar, toen
tijdens een openbaar onderzoek tegen een Bristolse hartchirurg bleek dat de
organen van een in 1990 door diens toedoen overleden vierjarig meisje daar nog
steeds bewaard werden, volgens de ouders zonder dat zij daar toestemming voor
hadden gegeven. Getuige-deskundigen maakten tijdens deze rechtszaak bekend dat
er in het hele land zeker 11.000 tijdens lijkschouwingen verwijderde
kinderharten werden bewaard. Het Liverpoolse Alder Hey Children's Hospital
ziekenhuis zou met 2500 kinderharten een van de grootste 'orgaanbibliotheken'
van het land bezitten (deze rubriek, 1999:2208).
Het interne onderzoek in het Alder Hey kinderziekenhuis is verricht door
kinderpatholoog dr.Stephen Gould, afgevaardigde van het Royal College of
Pathologists. Gould concludeerde dat het aantal daar bewaarde organen veel
groter was dan men normaal kon verwachten maar hij zei ook allerlei rapporten te
hebben aangetroffen waaruit blijkt dat het management en de artsen van het
ziekenhuis daar al vele jaren van op de hoogte waren.
Om commentaar gevraagd vertelt Van Velzen dat hij in 1988 in contact kwam met het Alder Hey
Hospital. Dat vroeg hem een beleidsplan voor de afdeling Pathologie op
te stellen. Het ziekenhuis en de Universiteit van Liverpool hadden een kwart
miljoen pond toegezegd gekregen voor het opzetten van een afdeling
Kinderpathologie op academisch niveau waarbij de nadruk zou komen te liggen op
onderzoek naar wiegendood. Daaraan gekoppeld was er een hoogleraarschap
ingesteld. Op advertenties voor deze post meldde zich echter niemand; men had er
blijkbaar geen vertrouwen in. Van Velzen: 'Ik trof daar een volkomen afgepeigerd
afdelinkje. De enige patholoog was een waarnemer uit Irak zonder enige
kwalificaties. Ik heb toen een plan gemaakt waarbij ik waarschuwde dat de
afdeling pathologie bij een normale bedrijfsvoering binnen twee jaar zeker een
verviervoudiging van de omzet te zien zou geven. Er was zoveel steun voor mijn
plan dat ze mij vroegen of ik mezelf kandidaat zou willen stellen voor het
hoogleraarschap. Dat heb ik toen gedaan.'
In september 1988 begon Van Velzen als kinderpatholoog in het Alder Hey. Van
Velzen: 'Al snel ontstond de door mij voorspelde omzetgroei. In januari 1989 heb
ik het management daarvoor gewaarschuwd. Ik zei ook dat in juli de capaciteit al
ver overschreden zou zijn. Er moest dus volgens de afspraak worden uitgebreid,
nieuwe mensen er bij, extra weefselprocessors, extra microtomen, etcetera. Ik
heb hierover een uitgebreid rapport ingeleverd met grafiekjes en aantallen zoals
ik dat in Nederland gewend was, maar er gebeurde niets.'
Nadat Van Velzen nogmaals gewaarschuwd had dat het zo echt niet verder kon,
besloot het management als tussenoplossing obducties tijdelijk op te schorten en
alleen het acute microscopische onderzoek te laten doen. Van Velzen: 'Zo is het
verder gegaan. Ieder half jaar heb ik een dikke brief geschreven en na enige
tijd begon ik toch wel ernstig aan het management te twijfelen.'
Desondanks ging Van Velzen door. In die periode werden de Britse ziekenhuizen
tot 'trusts' omgevormd; hij had de hoop dat er daardoor iets ten goede zou
veranderen. Alles bleef echter ongewijzigd. Het obductiemateriaal (de later zo
gewraakte verzameling kinderorganen) stapelde zich op, mede omdat Van Velzen
zich strikt hield aan de in handboeken Kinderpathologie vermelde richtlijnen
waarin nauwkeurig staat waar men allemaal naar moet kijken. 'Ongeveer alles'
volgens Van Velzen. Zo kwam de afdeling pathologie vol te staan, honderden
potten met organen. 'De situatie werd professioneel en ethisch onaanvaardbaar',
aldus Van Velzen. Hij zag toen al in dat er sprake kon zijn van een tijdbom die
uiteindelijk een keer zou ontploffen. Om te voorkomen dat het ziekenhuisbestuur
de hele situatie dan op hem zou kunnen afwentelen, stelde hij een dik rapport op
met onder andere een overzicht van alle waarschuwingen die men intussen
genegeerd had. Dat rapport is in 1993 al in de Raad van Bestuur en de medische
stafraad van het Alder Hey besproken maar zelfs toen veranderde er niets. Eind
1994 nam Van Velzen ontslag.
Na nog wat omzwervingen kwam Van Velzen in 1999 naar Nederland terug. Hij was
juist in bespreking met het Haagse Westeinde Ziekenhuis toen hij hoorde dat er
allerlei verwikkelingen waren rond het Alder Hey ziekenhuis. Hij vertrok meteen
naar Engeland om zijn archieven in het Alder Hey te lichten. Van Velzen: 'Ik was
er al vijf jaar weg en had niet gedacht er nog ooit iets van te horen. Terwijl
ik in Engeland was, is er een Britse journalist met een medewerker van Het
Parool bij het bestuur van het Westeinde Ziekenhuis geweest. Die hebben allerlei
Britse krantenkoppen laten zien en gevraagd: "Weet u wel wat voor een psychopaat
u gaat aanstellen?" Het bestuur heeft het gelukkig aardig opgevangen.'
De Liverpoolse ziekenhuisdirectie heeft na het uitkomen van het
onderzoeksrapport van Gould in omfloerste bewoordingen excuses aangeboden aan de
ouders 'for the retention of so many organs'. Aan de pers is toegegeven dat de
directie allang op de hoogte was van de verzameling organen. Van Velzen:
'Inmiddels zijn ze begonnen om de ouders de organen van hun kinderen toe te
sturen, ook weer zo vreselijk tactisch. Daarbij hebben ze er allemaal stukjes
afgehaald om het microscopisch onderzoek af te kunnen maken, weer zonder dat aan
de ouders te vertellen.'
Een probleem is nu nog dat de wet op crematies verbiedt lichaamsdelen apart
van de rest van het lichaam te verbranden. Om de toch al zo geschokte ouders
tegemoet te komen heeft de Britse regering besloten de crematieregels te
wijzigen (BBC-News, 15 januari 2000).
Bron: Ned Tijdschr Geneeskd 2000; 144: 289-90 |