30 oktober 1999, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde: Onderzoek naar voorraden kinderorganenDe Britse minister van Volksgezondheid, Frank Dobson, heeft een onderzoek aangekondigd naar organen van overleden kinderen die zonder medeweten van de ouders uitgenomen zijn en opgeslagen liggen voor researchdoeleinden. De in veel Britse ziekenhuizen gehanteerde praktijk om organen voor onderzoek te bewaren kwam aan het licht tijdens de rechtszaak tegen hartchirurgen van het Bristol Royal Infirmary (deze rubriek, 1998:1476-7). De ouders van de door deze artsen behandelde kinderen kregen tijdens het proces te horen dat de harten van hun overleden kinderen in dat ziekenhuis bewaard werden voor 'onderwijsdoeleinden' zonder dat ze daar van op de hoogte waren gesteld. Specialisten zeiden tijdens de rechtszaak dat er in het hele land zeker 11.000 kinderharten werden bewaard die bij autopsie waren verwijderd. Toen het Liverpoolse Alder Hey Children's Hospital daarop bekend maakte dat er daar een verzameling van 2500 kinderharten was ontdekt, moest de hoofdinspecteur van de Volksgezondheid een onderzoek instellen (The Times, 7 oktober 1999). De in het Liverpoolse ziekenhuis aangetroffen organen zijn tijdens lijkschouwingen weggenomen door de daar tussen 1988 en 1995 werkzame Nederlandse patholoog dr.Dick van Velzen. Een woordvoerster van het Alder Hey zegt geschokt te zijn dat er in het ziekenhuis zoveel organen voor onderzoeksdoelen worden bewaard. Dat zou gebeurd zijn zonder medeweten van het ziekenhuis, de artsen of de ouders. Het ziekenhuis zal een onafhankelijk onderzoek naar Van Velzen's handelwijze laten instellen door het Royal College of Pathologists. Verder is er een telefonische hulplijn geopend voor verontruste ouders. In Het Parool (9 oktober 1999) laat de inmiddels weer in Nederland verblijvende Van Velzen weten dat hij zich van geen kwaad bewust is. De in het Britse ziekenhuis aangetroffen organen zouden uitsluitend bewaard zijn ten behoeve van de familie van de overleden baby; het materiaal kan voor hen belangrijke genetische informatie bevatten. Dat er zoveel organen zijn gevonden komt volgens Van Velzen omdat hij zijn werk zorgvuldig doet: 'Ik ben een grondige patholoog, niet een duivelse'. De ouders van de kinderen zouden bovendien schriftelijk toestemming hebben gegeven voor een autopsie. Het is echter onduidelijk welke informatie zij daarbij gekregen hebben. Volgens Van Velzen heeft het Alder Hey Hospital de door hem bewaarde organen zogenaamd 'ontdekt' om de aandacht van deze voor hen ziekenhuis gênante zaak af te leiden: 'Ik ben juist destijds een discussie begonnen om de procedure voor het afstaan van die harten zuiverder te krijgen. Het is ook onzin dat het ziekenhuis van niets wist over de organen die ik heb bewaard. In 1995 hebben ze ze zelf verhuisd naar Alder Hey.' Bron: Ned Tijdschr Geneeskd 1999 ; 143: 2208 |
Dit artikel mag worden gedownload, gelezen en gekopieerd maar alléén voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Copyright Bart Meijer van Putten. Voor meer informatie: info@bartmeijervanputten.nl. |