Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1998; 142(16); 925-6:
Mazelenvaccinatie en autisme, vervolg
Naar aanleiding van de opschudding over een mogelijk verband tussen mazelenvaccinaties, darmaandoeningen en autisme (zie Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1998; 142; 670-1) heeft de Britse Medical Research Council onlangs een besloten bijeenkomst belegd waar experts op dit gebied hun mening konden geven. Na afloop zei geen van hen enige twijfel te hebben over de veiligheid van het bof-mazelen-rubella-vaccin (BMR-vaccin). Dr. Andrew Wakefield, de leider van het onderzoek waarin het verband tussen BMR, darmziekte en autisme vastgesteld was, weigerde ieder commentaar (The Times, 25 maart 1998).
Microbioloog Sir John Pattison, de voorzitter van de bijeenkomst, concludeerde dat het nut van de BMR-vaccinatie verregaand opweegt tegen de risico's. Het verband tussen autisme en vaccinaties zou louter op een coïncidentie berusten omdat autisme vaak pas aan het licht komt bij tweejarigen. Pattison: "De meeste kinderen krijgen de BMR-vaccinatie in hun tweede levensjaar. Als je daar dus een groep uit selecteert, zul je merken dat ze allemaal net het BMR-vaccin hebben ontvangen."
Dr. Andrew Wakefield heeft geadviseerd om kinderen uit voorzorg afzonderlijke vaccins toe te dienen (in Groot-Brittannië is er inmiddels een ernstig tekort aan losse vaccins ontstaan). Dit advies kon ook geen genade vinden bij het panel. De hoofdofficier voor de Volksgezondheid, Sir Kenneth Calman, zei hierover: "Losse vaccinaties toedienen betekent drie bezoeken en drie injecties. Dat zou betekenen dat een kind twee jaar lang niet gevaccineerd is tegen een ziekte die kan doden of verminken, en ik ben niet van plan mee te werken aan iets dat kinderen kan schaden." |