BART MEIJER VAN PUTTEN
MEDISCH NIEUWS

25 oktober 1997, Ned Tijdschr Geneeskd 1997; 141: 2093-4, 590 woorden:
Post-coitumtest

De post-coitumtest van Sims en Hühner is in de kolommen van NRC-Handelsblad (30 augustus 1997) het onderwerp geweest van een heftige discussie onder voor- en tegenstanders van deze infertiliteitstest. Het begon allemaal met een artikel in de Wetenschapsbijlage van NRC-Handelsblad. De aanleiding daarvoor was een tweetal publicaties in het Tijdschrift voor Fertiliteitsonderzoek. Het ene was van de gynaecologen dr.S.G.Oei, dr.F.M.Helmerhorst en prof.dr.M.Keirse die de test overbodig noemen, en het andere was juist een pleidooi vóór de test van hun collega dr.C.Hamilton.

In NRC-Handelsblad laat de Veldhovense gynaecoloog dr.S.G.Oei weinig van de Sims-Hühnertest heel. Om deze test uit te voeren neemt de gynaecoloog wat baarmoederslijm weg bij een vrouw in de vruchtbare periode, enkele uren nadat zij gemeenschap heeft gehad. Bij microscopisch onderzoek moet er minimaal één goed bewegende zaadcel te zien zijn per gezichtsveld (bij 400 maal vergroting). Uit een gecontroleerd onderzoek dat Oei als promovendus in Leiden uitvoerde onder 410 paren, blijkt dat deze post-coitumtest weinig informatie levert over de kans om toch zwanger te worden. Tegelijk wordt dit onderzoek door de paren die het moeten ondergaan, vaak als belastend voor de seksuele relatie ervaren. Oei concludeert dat het ‘daarom niet logisch lijkt om in Nederland door te gaan met het routinematig uitvoeren van de post-coitumtest bij elk subfertiel paar'.

De uitspraak van Oei dat de Sims-Hühnertest maar beter afgeschaft kan worden, werd hem niet in dank afgenomen. In een ingezonden brief in NRC-Handelsblad (13 september 1997) hielden gynaecologen van praktisch alle Nederlandse universiteiten een krachtig pleidooi vóór de test, die wel degelijk waardevolle informatie zou opleveren (de enige universiteit die ontbrak was Leiden, waar Oei op zijn infertiliteitsonderzoek is gepromoveerd). De briefschrijvers merkten op dat ze wel moesten reageren, omdat de uitspraken van Oei bij patiënten veel vragen en onrust hebben opgeroepen. Ze zouden er echter de voorkeur aan gegeven hebben om een dergelijke medische polemiek in de daartoe geëigende vakliteratuur te voeren.

Oei had ook nog gezegd geen goed onderbouwd onderzoek te hebben gevonden waarin de diagnostische en voorspellende waarde van de test voor de kans op een zwangerschap wordt onderbouwd. Voorstanders van de test zouden zich slechts baseren op ‘case-reports'.

Die laatste uitspraak was tegen het zere been van de groep ‘pro-Sims-Hühner'-gynaecologen. Patiëntengeschiedenissen vormen in de geneeskunde immers de zwakste wetenschappelijke bewijsvoering! Volgens de ingezonden briefschrijvers zou uit ‘een meta-analyse, gebaseerd op studies uit de overdaad van literatuur geselecteerd blijken dat de test wel degelijk een significant voorspellend waarde heeft'.

In een reactie op deze ingezonden brief schrijven Oei, Helmerhorst en Keirse dat er inderdaad twee meta-analyses verschenen zijn, maar dat daaruit juist naar voren komt dat de voorspellende waarde van de test ‘disappointingly poor' is (NRC-Handelsblad, 20 september 1997). Zij wijzen er verder op dat de uitkomst van een meta-analyse natuurlijk afhankelijk is van de kwaliteit van de geanalyseerde onderzoeken. Die waren in dit geval geen van alle gerandomiseerd. Oei en de zijnen besluiten hun brief met de opmerking dat het helaas niet uniek is dat een medische test die weinig of geen waarde heeft, uitgebreid wordt toegepast en fel wordt verdedigd. Zij wijzen in dit verband op de polemiek rond de twintig jaar geleden gebruikelijke inzameling van de 24-uursurine bij zwangere vrouwen om het oestrogeengehalte te bepalen (men meende daaruit te kunnen aflezen in hoeverre het ongeboren kind bedreigd werd). Die test wordt tegenwoordig nergens meer uitgevoerd en desondanks zijn de zwangerschapsresultaten voor moeder en kind alleen maar verbeterd.

Het wachten is nu op de verdere discussie over dit thema in bijvoorbeeld de kolommen van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Dit artikel mag worden gedownload, gelezen en gekopieerd maar alléén voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Copyright Bart Meijer van Putten. Voor meer informatie: info@bartmeijervanputten.nl.