18 augustus 1994, NRC Handelsblad, 1700 woorden:
Het Golfoorlog-syndroom: parasitaire infectie of posttraumatische stress
Aan de Golfoorlog, begin 1991, hebben bijna 700.000 Amerikaanse soldaten deelgenomen. Een flink aantal van hen (20.000) heeft sindsdien vage, mysterieuze klachten. Die variëren van vermoeidheid, huiduitslag, haaruitval, spier- en gewrichtspijnen tot hoofdpijn, geheugenverlies, depressies, maag- en darmklachten, ademnood en extreme overgevoeligheid voor normale chemische stoffen. Vermoedelijk zijn die 20.000 veteranen nog maar het topje van de ijsberg, want het merendeel van de soldaten die nu nog in het leger zitten, durft zich niet te melden. Zij zijn bang te worden aangezien voor een simulant. Ook meer dan 1000 Britse veteranen uit de Golfoorlog lijden aan deze klachten (The Independent, 6 augustus 1994).
Veel veteranen zeggen zich zo ziek te voelen dat ze niet meer kunnen werken. Toch komen ze niet in aanmerking voor een invaliditeitspensioen, omdat hun ziektebeeld niet binnen de diagnostische criteria valt van het Amerikaanse Department of Veteran Affairs. Niet alle politici zijn er overigens van overtuigd dat deze militairen uit de Golfoorlog simulanten zijn; de democratische senator Donald Riegle heeft zo'n 600 veteranen geïnterviewd en dat heeft hem ervan overtuigd dat hun gezondheidsklachten het gevolg zijn van chemische, en mogelijk ook biologische, strijdmiddelen. Hij zet zich in het congres voor hun belangen in.
Om de belastende verklaringen van senator Riegle over gifgassen te ontzenuwen heeft het leger nu logboeken van het Pentagon openbaar gemaakt. Eerder dit jaar had een onafhankelijke commissie van de National Institutes of Health (NIH) om de logboeken gevraagd maar defensie had dat geweigerd omdat de informatie geheim zou zijn.
Brandende oliebronnen
De NIH-commissie hield de openbare hoorzittingen over het Golfoorlog-syndroom toen zonder de logboeken. Speculaties over het gebruik van gifgassen in de Golfoorlog bleven bestaan. Om die de kop in te drukken zijn zogenoemde 'unit logs', logboeken waarin de verplaatsingen van militaire eenheden zijn vastgelegd, nu geopenbaard. Alle bijzondere gebeurtenissen, zoals gifgasalarms en explosies van bommen in de buurt van de eenheden, staan erin genoteerd. Volgens het Amerikaanse Ministerie van Defensie zijn er tijdens de oorlog weliswaar frequent gifgasalarms geweest, maar die waren het gevolg van allerlei onschuldige chemicaliën, zoals 'gewone' insecticiden, uitlaatgassen van tanks of verbrandingsgassen van raketten. Meldingen van Tsjechische militairen dat zij meerdere keren gifgassen als sarin en mosterdgas hebben gemeten, noemt het Ministerie van Defensie onbetrouwbaar. Volgens het ministerie blijkt uit de logboeken dat er geen enkel bewijs is voor het gebruik van chemische middelen tijdens de Golfoorlog. De gezondheidsproblemen bij de Golfveteranen kunnen volgens het Pentagon dus niet het gevolg zijn van chemische of biologische wapens, en ook niet, zoals wel geopperd is, van gevaarlijke insecticiden of geheime, experimentele medicijnen zoals staat in The Journal of the American Medical Association (3 augustus 1994, p.341).
In hetzelfde tijdschrift (JAMA 1994; 272: 391-5) staat een eindverslag van de hoorzittingen. Na lezing kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat het Amerikaanse Ministerie van Defensie er alles aan heeft gedaan om zichzelf zo verdacht mogelijk te maken. Allerlei informatie die de commissie dacht nodig te hebben werd geweigerd. De informatie die wél openbaar gemaakt werd, vormde een volstrekt
inadequaat allegaartje van epidemiologische gegevens zonder duidelijke samenhang.
Veel veteranen reisden op eigen kosten naar de hoorzitting om de Amerikaanse regering aan te vallen. Dat resulteerde in emotioneel geladen bijeenkomsten, heel anders dan gebruikelijk bij de National Institutes of Health. Na de zitting waren zelfs de meest sceptische commissieleden ervan overtuigd dat er wel iets aan de hand moest zijn.
In het rapport concludeert de commissie dat men beter niet over hét Golfoorlog-syndroom kan spreken. De vele verschillende klachten passen gewoon niet bij één enkel medisch ziektebeeld. Er moet eerder gedacht worden aan allerlei verschillende aandoeningen met elkaar overlappende symptomen en oorzaken. De commissie benadrukt verder dat er veel meer onderzoek moet worden gedaan. Met de nu alsnog vrijgegeven logboeken wordt het mogelijk de omstandigheden van individele soldaten tijdens de Golf-oorlog na te speuren. Wellicht kan er op die manier een patroon worden ontdekt in de klachten van de veteranen.
De commissie somt in het verslag een heel scala aan factoren op die een rol kunnen hebben gespeeld bij het ontstaan van de klachten. Naast voor de hand liggende zaken, zoals ademhalingsproblemen door rook van brandende petroleumbronnen of depressieve klachten door posttraumatische stress na de oorlog, noemt de commissie verder nog als mogelijke oorzaken: woestijnzand, verarmd uranium, pyridostigmine, anthrax- en botulismevaccinaties en de ziekte leishmaniasis.
De rol die woestijnzand gespeeld zou hebben, acht de commissie van geringe betekenis. Weliswaar kan het hele fijne zand irriterend werken op de bovenste luchtwegen, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat dit jaren later het complex van klachten veroorzaakt van de Golfveteranen. Ook het gebruik van verarmd uranium in de bepantsering van tanks en in de munitie heeft vermoedelijk weinig met de klachten te maken. Dit uranium wordt gebruikt in munitie, omdat het zo'n hoog soortelijk gewicht heeft, waardoor de granaten een groot doordringend vermogen krijgen. De radioactiviteit van het uranium is echter laag en kan eigenlijk geen ziekteverschijnselen hebben veroorzaakt. Wel kan het inslikken of inademen van uraniumoxidestof directe schade geven in de nieren en de longen, omdat uranium een zwaar metaal is. De klachten van de Golfveteranen passen daar echter niet bij.
Ook pyridostigmine is veelvuldig genoemd als mogelijke oorzaak voor het Golfoorlog-syndroom. Dat middel werd gebruikt als bescherming tegen zenuwgassen. Bij een dreigende gifgasaanval moesten de troepen minstens drie dagen achter elkaar om de acht uur 30 milligram pyridostigmine gebruiken. Er zouden echter legereenheden zijn geweest die het middel, zolang zij in het Golfgebied waren, iedere dag slikten. Er is geopperd dat die soldaten een overdosering pyridostigmine hebben gekregen en dat daardoor klachten zijn ontstaan. Het Amerikaanse Ministerie van Defensie ontkent echter dat pyridostigmine enig gevaar oplevert voor de gezondheid. Het wordt namelijk al jaren in veel hogere doseringen gebruikt bij patiënten met myasthenia gravis, een spierziekte.
Volgens sommigen kunnen ook de vele vaccinaties die de soldaten moesten ondergaan, de klachten verklaren. Vooral de vaccins tegen anthrax- en botulinumtoxine, twee gifstoffen die gebruikt worden bij de biologische oorlogsvoering, zouden risico opleveren. Het Ministerie van Defensie wijst er echter op dat vaccinaties tegen anthrax en botulisme weliswaar in het leger niet tot de standaardbehandeling behoren, maar dat er al vele jaren lang duizenden militairen zonder schadelijke gevolgen tegen worden ingeënt.
Leishmaniasis
Een volgende kandidaat is leishmaniasis. Dat is een ziekte die veroorzaakt wordt door een parasiet, de Leishmania. In de woestijn komt de Leishmania tropica voor, die door zandvliegjes wordt verspreid. Een besmetting resulteert in een etterende huidontsteking, die de Bagdad-buil genoemd wordt. Inderdaad is bij 31 soldaten leishmaniasis gediagnosticeerd. Opvallend was dat bij de meeste van hen niet, zoals gebruikelijk, de huid, maar de ingewanden werden aangetast. Er is dus sprake van een geheel nieuwe leishmaniasis-variant, waarvan het verloop nog onbekend is. Verraderlijk is dat leishmaniasis niet iedereen even ziek maakt; het komt veelvuldig voor in lichte of subklinische vormen en geeft dan slechts vage klachten.
Dat past goed bij het klachtenpatroon van de Golfoorlog-veteranen. De incubatietijd van de ziekte kan variëren van enkele weken tot meerdere jaren (New England Journal of Medicine 1993; 328: 1383-7). Een infectie met Leishmania vormt dus een goede verklaring voor het mysterieuze ziektebeeld bij de Golfveteranen. Toch zijn er merkwaardig genoeg slechts een honderdtal soldaten op deze ziekte onderzocht. Daarvan bleken er dus maar liefst 31 positief.
Een probleem is dat de diagnose erg moeilijk is. Met een standaardtest worden veel gevallen over het hoofd gezien. Er zijn dus zeer waarschijnlijk veel meer soldaten met leishmaniasis dan tot nu toe zijn opgespoord.
Naast deze parasitaire infectie acht de commissie een posttraumatische stress-stoornis het meest waarschijnlijk als alternatieve oorzaak. De Golfveteranen zijn aan nogal wat stress blootgesteld: eerst de plotselinge mobilisatie voor een oorlog ver weg in een hete, vreemde woestijn, daarna de grote, dramatische branden in oliebronnen met een grootschalige olievervuiling en rookproductie en daarbij de voortdurende dreiging van chemische en biologische wapens. Ondanks dat er in de Golf-oorlog heel weinig Amerikaanse doden zijn gevallen, was het dus zeker een buitengewoon psychisch belastend gebeuren. Tegen een posttraumatische stressstoornis pleit echter dat dit meestal gepaard gaat met afstomping en flash-backs, hetgeen bij de Golf-veteranen nauwelijks voorkomt. Toch lijkt het de commissie niet uitgesloten dat de posttraumatische stress na de ervaringen in de Perzische Golf meer de vorm aanneemt van allerlei lichamelijke klachten. De commissie benadrukt overigens dat zij niet wil suggereren dat er geen fysieke basis is voor de gerapporteerde symptomen, maar zij vindt wél dat de mogelijkheid van posttraumatische stress dient te worden overwogen.
Geboorteafwijkingen
De commissie gaat in haar rapport niet in op de onthullingen van eind vorig jaar dat pasgeboren kinderen van Golfveteranen een hoog aantal geboorteafwijkingen zouden vertonen en dat hun vrouwen een opvallend groot aantal miskramen doormaakten en allerlei mysterieuze ziekteverschijnselen vertoonden. Het is moeilijk de betekenis van dergelijke 'onthullingen' in te schatten, omdat er geen epidemiologisch onderzoek naar is gedaan. Generaal Ronald Blanck, de commandant van het Walter Reed Army Medical Centre, zegt dat er geen systematisch onderzoek is gedaan naar mogelijk overdraagbare ziekteverwekkers in het sperma van de veteranen, omdat 'we eerlijk gezegd geen idee hebben waar we naar moeten zoeken'.
Het onderzoek van de commissie heeft er wel toe geleid dat het Department of Veteran Affairs inziet dat men de veteranen niet verder in de kou kan laten staan. Er is bekendgemaakt dat de mogelijkheden voor een uitkering aan Golfoorlog-veteranen en hun familieleden verruimd zullen worden. Er wordt gewerkt aan een wetswijziging die ook een 'mogelijk verband met de diensttijd' als een rechtvaardiging voor een uitkering erkent. Daarmee zouden Golfveteranen bij afwezigheid van medische zekerheid het voordeel van de twijfel krijgen. Jesse Brown, secretaris van het Department of Veteran Affairs zegt nu: 'Onze veteranen lijden en zijn in nood. We kunnen niet eindeloos wachten op de uitslag van het onderzoek.'
|