BART MEIJER VAN PUTTEN
MEDISCH NIEUWS

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1993; 137(37); 1900:
Schadevergoeding geëist voor besmet groeihormoon

Werknemers in Britse mortuaria hebben tot 1985 de hypofyse verwijderd bij alle doden waarop sectie verricht moest worden, ook bij mensen die gestorven waren aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Zij zeggen dat er geen richtlijnen waren om dat niet te doen. Dat blijkt uit een onderzoek dat werd ingesteld door de Britse krant The Independent (16 augustus 1993). In Groot-Brittannië zijn tot op heden negen jonge mensen gestorven aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en die waren allemaal behandeld met menselijk groeihormoon. Als de mededelingen van de mortuariumwerkers juist zijn, is de kans groot dat er nog meer gevallen zullen komen. Dat zal dan in de komende jaren moeten blijken, want na een behandeling met groeihormoon ontstaat de ziekte van Creutzfeldt-Jakob op veel jongere leeftijd dan normaal.

Het onderzoek van The Independent naar de behandeling met groeihormoon in Groot-Brittannië is een reactie op ontwikkelingen in Frankrijk. Daar werden onlangs twee artsen voor de rechter gedaagd door de ouders van enkele met groeihormoon behandelde kinderen die aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob waren gestorven. Deze artsen werden aangeklaagd wegens doodslag en die beschuldiging was gebaseerd op een vernietigend rapport van de Inspection Générale des Affaires Sociales over de werkwijze van France Hypophyse. Het bleek dat deze instelling op een uiterst onzorgvuldige manier groeihormoon had bijeengebracht en gedistribueerd (deze rubriek, Ned Tijdschr Geneeskd 1993; 137: 1426-7).

In 1959 werd in Groot-Brittannië voor het eerst hypofysehormoon gebruikt om de groei te stimuleren bij kinderen die zonder ingrijpen abnormaal klein zouden blijven. Mortuariumwerkers werden ingezet om zoveel mogelijk hypofysen te verzamelen. In 1968 - 10 jaar nadat men met de hormoontherapie begonnen was - bleek echter dat door besmet hersenweefsel (en dus vermoedelijk ook via hypofysehormoon) de ziekte van Creutzfeldt-Jakob kon worden overgedragen. Toch werden er in Groot-Brittannië geen extra richtlijnen uitgevaardigd. Wel beweert het Britse ministerie voor volksgezondheid dat er in 1981 een soort poster met richtlijnen naar alle mortuaria is gestuurd. Daarop zou gestaan hebben dat er geen donororganen mochten worden gebruikt van mensen die gestorven waren aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. De mortuariumwerkers zeggen echter dat zij een dergelijke wandplaat nooit gezien hebben. Eén van de betreffende mortuaria nam ook gestorvenen op uit psychiatrische klinieken in de omgeving. Dat verhoogt natuurlijk aanmerkelijk de kans dat er besmette hypofysen werden verzameld.

Pas in 1985, toen in de Verenigde Staten drie jonge, met groeihormoon behandelde mensen stierven aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob, werd deze hormoontherapie in Groot-Brittannië helemaal gestopt. In het totaal was er inmiddels aan 1900 Britse kinderen menselijk hypofysehormoon toegediend. Een man die vroeger met menselijk groeihormoon behandeld is, schrijft in een ingezonden brief aan The Independent (17 augustus 1993) dat zijn arts in 1985 met de behandeling gestopt was. Die arts gaf als verklaring dat hij eens wilde kijken of de patiënt zelf weer voldoende groeihormoon aanmaakte. Over de ziekte van Creutzfeldt-Jakob kreeg die patiënt niets te horen. Tegen het eind van dat jaar kreeg hij synthetisch groeihormoon.

Kort na 1985 viel het eerste Britse slachtoffer, iemand van 22 jaar. Het ministerie voor de volksgezondheid is van mening dat de behandeling met groeihormoon indertijd voldeed aan de beste wetenschappelijke en klinische normen die er toen waren. Het ministerie ziet dan ook geen redenen om schadevergoeding te geven.

Dit artikel mag worden gedownload, gelezen en gekopieerd maar alléén voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Copyright Bart Meijer van Putten. Voor meer informatie: info@bartmeijervanputten.nl.